Couppoging in Turkije

Contrarevolutie binnen de contrarevolutie

In de nacht van 15 juli jl. hielden de militairen sommige kritische punten in twee grote steden bezet. De coupplegers hadden het hoofdkwartier van de Turkse strijdkrachten, een militaire vliegbasis en de luchthaven van Istanbul veroverd. Hoge commandanten van het leger werden gegijzeld. Vliegtuigen vlogen laag over de steden en later werden met helikopters onder meer het parlementsgebouw, de hoofdkwartier van de strijdkrachten en het hoofdgebouw van speciale eenheden gebombardeerd.

Nu blijkt dat de coupplegers niet goed georganiseerd waren en onvoldoende ervaring hadden. Ze zijn begonnen aan een couppoging waar ze niet op goed voorbereid waren, maar ook niet meer van af konden zien. Wellicht dat sommige militaire eenheden aanvankelijk wel hun steun hadden toegezegd, maar op het laatste moment de coupplegers aan hun lot hebben overgelaten. Daarom raakten de coupplegers in zeer korte tijd in een impasse. Waarom is de couppoging mislukt?

Ten eerste is het hun niet gelukt om het volk en de georganiseerde deel van de samenleving voor zich te winnen. Noch de politieke partijen, noch het georganiseerde deel van de samenleving zoals de vakbonden hebben de coupplegers gesteund. De vier politieke partijen die in het Turkse parlement vertegenwoordigd worden, hebben een gezamenlijke verklaring gepubliceerd tegen de coupplegers.

Ten tweede wisten de coupplegers de essentiële eenheden binnen de Turkse krijgsmacht niet aan zich te binden. Ze vonden de honderdduizenden tellende politie en de speciale eenheden die onder de directe controle staan van de regeringspartij tegenover zich. Ook de militanten van de politieke islam die na de oproep van de president – die waarschijnlijk het eerste doelwit was – de straat opgingen, stonden samen met de politie tegenover de coupplegers.

Ten derde is tot op heden geen enkele couppoging in Turkije succesvol geweest zonder de steun van de VS. Hoewel de VS in het begin afwachtend was, waren de coupplegers ook niet succesvol in het verwerven van de steun van de VS.

Maar er moet zonder twijfel vastgesteld worden dat de politiek van de regerende AK-partij en in het bijzonder president Erdoğan, die feitelijk één-persoons heerschappij uitvoert, in binnen- en buitenland, Turkije aan de rand van een staatsgreep heeft gebracht. Dit terwijl tijdens het grondwet-referendum in 2010 Erdoğans belangrijkste bewering was dat hij met dit referendum af wilde rekenen met de grondwet van de militairen die op 12 september 1980 een coup pleegden. Volgens Erdoğan zouden hiermee voortaan geen coups meer gepleegd kunnen worden in Turkije. Zo is het echter niet gegaan. Laat staan dat er afgerekend werd met de grondwet van de coupplegers, alle maatregelen die sindsdien genomen zijn waren gericht tegen de democratische instituties en vrijheden die al zeer zwak waren.

Vlak nadat hij gekozen was tot president heeft Erdoğan verklaard dat het regime in Turkije feitelijk veranderd was en dat het parlementaire democratische systeem in de ‘wachtkamer’ zat. Zo heeft hij sindsdien ook gehandeld. Met de Binnenlandse Veiligheidswet die politie en gouverneurs buitengewone bevoegdheden geeft, werd de uitvoerende macht versterkt. Vanwege de oorlog in de Koerdische steden kregen de leden van de krijgsmacht onschendbaarheid. Zonder toestemming van de premier kunnen de militairen niet berecht worden.

De wetgevende macht is praktisch tot verlengstuk gemaakt van de uitvoerende macht. ‘De nationale wil’ werd de hemel in geprezen. En in plaats van het bevorderen van democratische rechten en vrijheden werd er alleen maar verwezen naar ‘de stembus’. Maar ondanks de nadruk op ‘de nationale wil’ werd er niet teruggedeinsd om de onschendbaarheid op te heffen van de parlementariërs die niet welgevallig zijn. Wat zij onder ‘de nationale wil’ verstaan is de wil van één persoon. Om dat te bewijzen werden de uitslagen van de verkiezingen van 7 juni 2015 niet gerespecteerd. Dit, omdat het volk niet akkoord ging met de richting van een dictatuur. Opnieuw werd de oorlog verklaard aan de Koerden en hiermee het nationalisme sterk aangewakkerd. Turkije werd opnieuw in een chaos gebracht en het volk werd opgedragen om op de verkiezingen van 1 november 2015 opnieuw naar de stembus te gaan.

De rechterlijke macht werd onderdeel gemaakt van de uitvoerende macht. Een derde van de rechters en openbare aanklagers werd vervangen. Nog voor de couppoging werd er verklaard dat behalve de voorzitters, alle overige leden van de Hoge Raad en Raad van State door de uitvoerende macht opnieuw benoemd zullen worden. Na de couppoging werd verklaard dat in totaal 2745 rechters ontslagen en gearresteerd zullen worden.  Onder hen 2 leden van het Constitutionele Hof, 140 leden van Hoge Raad en 48 leden van de Raad van State. Dit terwijl geen enkele rechtbank en openbare aanklager hiervoor bevoegd is.

De persvrijheid in Turkije is zo goed als niet meer aanwezig. Het recht van spreken, in het bijzonder door middel van vergaderen en demonstreren, is onmogelijk gemaakt. Tegen de  oorlog die gaande is zich verweren en oproepen voor vrede is levensbedreigend geworden. Academici die een pamflet voor vrede hebben ondertekend, zijn ontslagen en gevangen genomen. Lokale bestuurders die gekozen zijn door het volk worden onder curatele gesteld.

Onder de naam ‘Ergenekon’ werden sommige oud-militairen berecht. Later heeft de AKP vrede gesloten met hun. Onder de mom van ‘strijd tegen terreur’ wordt in Koerdische steden een oorlog gevoerd. Alles is kort en klein gebombardeerd met uitgangsverboden en vele burgerslachtoffers tot gevolg. Democratische rechten en vrijheden worden hiermee aan de kant gezet, het gekletter van de wapens voert de boventoon. Met als gevolg dat het steeds moeilijker wordt om het land ‘normaal’ te besturen. Het veelvuldig gebruik van wapens en gewapende krachten, hebben tot gevolg dat de militairen een zwaarder gewicht krijgen in het besturen van het land. Dat maakt ongetwijfeld het land vatbaar voor opnieuw militaire coups zoals we op 15 juli jl. hebben gezien.

Ook naar het buitenland toe voerde de AKP een oorlogspolitiek met neo-Ottomaanse expansiedrift. Deze politiek was niet helemaal in lijn met het buitenlandse beleid van de VS. Nadat Rusland zich nauwer ging bemoeien met de ontwikkelingen in Syrië, was het onmogelijk geworden om door te gaan met dit beleid. Dat heeft tot wrijvingen geleid binnen de machthebbende klieken in Turkije. Vanwege de Koerdische kwestie had de regerende AKP ‘rode lijnen’ als het ging over Syrië. De AKP kon het niet langer volhouden deze politiek voort te zetten. Daarom gingen de machthebbers van Turkije hun relatie met Rusland en Israel normaliseren. Omdat de oorlogspolitiek naar buiten toe niet meer uitvoerbaar werd en tot wrijvingen leidden binnen de machthebbende klieken, kregen militairen het meer voor het zeggen en kwamen de militaire oplossingen meer in het vizier.

Om over te kunnen gaan naar dictatuur, was het noodzakelijk om verschillende machthebbende klassen op een lijn te krijgen. Degenen die hier niet mee eens waren werden gestraft. Zo konden zij bijvoorbeeld niet meedoen aan de door de staat aangekondigde uitbestedingen. Dat heeft tot gemor geleid binnen deze stromingen.

De grootste sancties waren tegen de Gülen-gemeenschap gericht. De Gülen-gemeenschap is niet alleen een islamitische gemeenschap. Het is tevens een kapitaalkrachtige groep. Zij beschikken over banken, investeringsmaatschappijen en de grootste mijnbouwmaatschappijen van het land. Tevens is de Gülen-gemeenschap heel actief in de onderwijs- en mediasector. Vanwege het bondgenootschap dat deze gemeenschap destijds gesloten had met de AKP, hebben ze zich goed weten te organiseren binnen de politie, de rechterlijke macht en de krijgsmacht.

Een aantal jaar terug werd deze gemeenschap als een terroristische organisatie bestempeld. Er werd beslag gelegd op hun bank- en mijnbouwmaatschappijen. Een deel van hun onderwijsinstellingen en mediaorganisaties werden gesloten. Tegen de medewerkers van deze instellingen werden rechtszaken gestart en ze werden gevangen genomen. Er werden zuiveringen door gevoerd binnen het politieapparaat en de rechterlijke macht. Ook binnen de krijgsmacht begon men zuiveringen door te voeren. Dat was de druppel die de emmer deed overlopen. Daarom heeft het georganiseerde deel van de Gülen-gemeenschap samen met het andere ontevreden deel van de militairen getracht een coup te plegen. Deze couppoging heeft zich gemanifesteerd als een afrekening tussen de reactionaire krachten onderling die uiteindelijk onderdrukt werd.

Het was belangrijk dat deze couppoging afgeslagen werd. Want repressie en verboden zouden door een geslaagde coup alleen maar toenemen. Maar het is duidelijk dat deze couppoging de hand van de AKP, die onder leiding staat van één-persoons heerschappij, versterkt heeft. Niet voor niets heeft president Erdoğan deze couppoging als een ‘godsgeschenk’ bestempeld. “Want er is een mogelijkheid ontstaan om het leger te zuiveren van terroristische organisatie”, aldus Erdoğan. Deze couppoging heeft ook duidelijk gemaakt dat het politieapparaat volgens islamitische ideologie georganiseerd is. Net zoals een militie op islamitische basis die door Erdoğan opgeroepen werd de straat op te gaan om de couppoging af te slaan. Bovendien heeft de AKP hiermee alle mogelijkheden gekregen om zich uit te breiden en te versterken binnen de lagen van de bevolking. Meteen na de couppoging zijn de AKP en Erdoğan begonnen met een grote zuiveringsactie binnen de politie, het leger en de rechterlijke macht. Het mag duidelijk zijn dat men hiermee een staatsapparaat wil creëren die alleen maar bevelen uitvoert van één persoon. Hiervoor heeft de AKP alle munitie in handen om elke tegenwerking met harde hand de kop in te drukken.

Het afslaan van de couppoging is belangrijk. Maar dat betekent niet dat er nu democratie is. Integendeel. Afgelopen periode hebben we genoeg gezien hoe antidemocratisch, dictatoriaal en onderdrukkend het AKP-bewind is. Het zal een moeizame strijd worden om democratie in Turkije te bewerkstelligen en vrijheden verwerven. Deze strijd moet echter gevoerd worden om een einde te maken aan de dictatuur in Turkije en om daadwerkelijk een einde te maken aan couppogingen.

Top